Geduld is een schone zaak

1,2,3,4,5,6,7,8,9,10… adem in… adem uit. Tot tien tellen is nooit mijn sterkste kant geweest en nu ik een dochter van tweeëneenhalf heb, valt dat gebrek nog meer op. Aan mijn opvoeding lag het niet.  Hoe vaak ik mijn moeder: “Lisette, leer toch eens tot 10 tellen”, heb horen zeggen, is niet op één hand te tellen. Toch, op één of andere manier, heb ik deze vaardigheid nooit écht onder de knie gekregen.

Geduldig zijn is mij helaas niet van nature ingegeven

Dus moet ik veel oefenen. Ik weet nu bijvoorbeeld dat als mijn dochter tóch haar zin probeert door te drammen, als ze iets niet mag, ik kalm – met rustige toon – zeg dat het niet mag. Dat herhaal ik. Nog eens, en dan nog eens, en dan nog eens.

Ondertussen loopt zij rood aan en doet ze haar best om zoveel mogelijk geluid te produceren. En dat laat mij niet koud. Ondanks dat deze pedagogisch verantwoorde manier van opvoeden aardig lukt, kan ik niet ontkennen dat op zo’n moment mijn bloeddruk een kookpunt bereikt en mijn hartslag als een malle tekeer gaat.

Ik zeg het eerlijk. Ik ga er wel eens tegenin, maar dat werkt dus averechts, want dan heb je samen nóg meer geluid – over sfeerbedervers gesproken. Nu heb ik dus geleerd dat als ze echt niet wil luisteren ik haar negeer of haar probeer af te leiden met iets totaal anders. En dat werkt! Hoera!

Helaas popt mijn gebrek ook wel eens op bij leuke en vertederende momenten die net niet in mijn schema passen. Met kinderen moet je namelijk altijd geduld hebben. Altijd. Ook als je even snel snel die auto in wil en zij ZELF die auto in wil klimmen.

Wat tenslotte best zelfstandig is.

Of je even snel snel naar de winkel wil en ze met iedereen een praatje wil maken, alle honden wil aaien en meerdere malen een (vies) trapje op en neer wil gaan.

Wat dan best weer schattig is.

Mijn primaire reactie is: schiet eens op! Maar als ik er even over nadenk en mijzelf verplaats in haar peuterbrein (zij heeft tenslotte geen idee van mijn schema) probeer ik nu dus tot tien te tellen. En dat werkt dus als een tierelier! Meestal. Soms ook niet, want dat nare gebrek weet bijwijlen toch een uitweg te vinden. Bijvoorbeeld als mijn ‘piekerstand’ aanstaat of wanneer ik drukke dagen heb gehad. Als een duveltje uit een doosje popt ie op en brengt ie in 1 keer mijn hele opvoedstijl aan het wankelen.

Dankjewel ongeduldigheid!

Maar ik geef niet op, want op zo’n moment vind ik mezelf niet de leukste persoon op aarde. Daarom blijf ik oefenen. In touwtrek-situaties met mijn dochter, als ik moet wachten in de rij, in de file of als mensen voor mij langzamer lopen dan nodig: ooit word ik geduldig. Dan hoef ik niet meer tot tien te tellen en volstaat tot vijf wellicht al. textjunky

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *